Zeeland telt 13 gemeenten, die onderverdeeld zijn in tientallen steden en dorpen. De ZB Bibliotheek van Zeeland heeft fysieke vestigingen in Middelburg en Vlissingen, maar voor veel inwoners van de uitgestrekte provincie zijn die vestigingen te ver weg. Daarom besloot de bibliotheek om met speciale bibliotheekbussen de vele dorpen in de regio’s Walcheren, Noord-Beveland, Schouwen-Duiveland en gemeente Borsele te bezoeken. Esther Wielemaker, teamcoördinator Bibliobussen, en Henk Kosters, domeinspecialist delen hun ervaringen.
Altijd dichtbij
“Gemeente Veere heeft bijvoorbeeld 13 kernen en die liggen best ver uit elkaar. Dat betekent dat er altijd inwoners zijn voor wie een fysieke bibliotheek (te) ver weg is. Zeker voor ouderen die minder mobiel zijn”, Vertelt Kosters. “En verschillende vestigingen bieden ook weer nadelen, omdat er dan beperkte openingstijdens gehanteerd moeten worden. Daarom besloot de bibliotheek om niet de mensen naar de bibliotheek toe te laten komen, maar met de bibliotheek naar de inwoners te gaan. Haltes zijn vaak op locaties, zoals in woonwijken, pleinen, bij buurthuizen of locaties zoals de voedselbank. Via een route langs 70 haltes is de bibliotheek altijd dichtbij.”
Hulp in de bus
ZB Bibliotheek van Zeeland is ook aangesloten bij het convenant (2024-2027) tussen de Koninklijke Bibliotheek, de Belastingdienst en Dienst Toeslagen. Eén van de doelstellingen van het convenant is dat maatschappelijk dienstverleners vanuit de bibliotheken meer hulp bieden bij vragen over belastingzaken en toeslagen. Burgers kunnen inderdaad voor uiteenlopende vragen terecht in de bibliotheek, maar dus ook in de bussen. Aan boord van de grote DigiBus is een speciale, apart afgeschermde ruimte, waar bezoekers hun vragen over overheidszaken, zoals belastingzaken en toeslagen, in privacy kunnen bespreken. De medewerkers helpen hen op weg en nemen hen aan de hand. Via het taalhuis waren er al sterke banden met diverse organisaties in het sociaal domein in de regio.
Warme doorverwijzing
Als de vragen te ingewikkeld zijn, maken zij ter plekke een afspraak en verwijzen zij warm door naar een maatschappelijke dienstverlener. Met name voor minder digitaal vaardige, en vaak ook oudere, burgers is deze persoonlijke aandacht erg welkom.
Veel inwoners weten de bus al te vinden. Het IDO promoot de beschikbare hulp ook in huis-aan-huis bladen, in buurthuizen en via maatschappelijk partners. Zeker voor mensen die niet digitaal vaardig zijn is promotie via website of social media alleen niet zo zinvol.
Dichtbij en betrouwbaar
In de dorpen waar ze met de bussen komen is het vertrouwen in de bibliotheek groot, vertellen Wielemaker en Kosters. “We zijn de ogen en oren van het dorp”, aldus Kosters. “Weet je, zodra ze zien dat je van de bibliotheek bent, leggen ze alles bij je neer. Of ze laten iets vallen waardoor we door gaan vragen”, aldus Wielemakers. Het betrouwbare karakter helpt enorm bij de drempel die burgers kunnen voelen bij het regelen van digitale overheidszaken. En door de signaalfunctie van de medewerkers kunnen zij ook actie ondernemen als zij vermoeden dat er meer of specialistischere hulp nodig is.
Sociale functie
Dat de bibliotheek ook een belangrijke sociale functie heeft is duidelijk zichtbaar tijdens dit bezoek. Bezoekers worden hartelijk begroet met de voornaam, oudere bezoekers worden met zorg geholpen om de bus in en uit te stappen, tasjes met boeken worden voor hen in de rollator gezet. “We nemen ook uitgebreid de tijd voor een praatje met de mensen”, vertelt Wielemaker, “Eenzaamheid is een steeds groter probleem”, beaamt Kosters. “Even wat persoonlijke aandacht is heel belangrijk”. Mensen spreken zelfs in de bus met elkaar af, het is dus ook echt een ontmoetingsplek. En dat is maar goed ook, want Wielemaker merkt op dat steeds meer wijkhuizen verdwijnen.
Dankbaar werk
“Iedereen is super dankbaar dat je in hun dorp komt”, vertelt Wielemaker. Dit wordt dagelijks uitgesproken door bezoekers, maar er is bijvoorbeeld ook een grote bereidheid om mee te werken aan enquêtes, omdat men vooral wil dat de bus blijft rijden. En de medewerkers worden met grote regelmaat verrast met bijvoorbeeld zelfgebakken cake of een doosje chocolaatjes, als dank voor hun hulp.
“Ik heb gewoon het leukste werk van Nederland” vertelt Perla de Voogd, medewerkster van de DigiBus breed glimlachend. “Iedereen is blij dat we komen en ik vind het fijn om met mensen te praten en hen verder te helpen.”