Vanaf 1 januari 2029 is er een nieuwe financiering voor de kinderopvang. Vanaf dan betaalt de overheid 96% van de maximum uurprijs rechtstreeks aan kinderopvangorganisaties en gastouderbureaus. De nieuwe vergoeding is voor alle ouders gelijk en hangt niet meer af van het inkomen van de ouders. Ouders betalen nog wel een kleine, vaste eigen bijdrage.
Waarom een nieuw financieringsstelsel voor de kinderopvang?
De huidige kinderopvangtoeslag is complex. Ouders ontvangen een hoog onzeker voorschot voor het betalen van de kinderopvang. Ze lopen daardoor het risico op (hoge) terugvorderingen. Dit zorgt voor financiële onzekerheid en kan ertoe leiden dat ouders ervoor kiezen geen toeslag aan te vragen.
Met de nieuwe financiering wil het kabinet naar een eenvoudiger stelsel en meer zekerheid voor ouders. Er zijn straks geen terugvorderingen meer bij ouders. Ook gaan de kosten voor veel van de ouders omlaag.
Vergoeding kinderopvang is voor werkende ouders
De vergoeding is – net als bij de huidige kinderopvangtoeslag - alleen voor werkende ouders. De overheid controleert vooraf of ouders recht hebben op kinderopvang. Verandert er iets in de werksituatie waardoor er geen recht meer is op de vergoeding? Dan geldt dat alleen voor de toekomst. Ouders hoeven geen geld terug te betalen.
Gemeenten krijgen meer mogelijkheden om werkende ouders met een laag inkomen te ondersteunen bij het betalen van de eigen bijdrage.
Impact nieuwe financiering op kinderopvangsector
Het kabinet betaalt vanaf 2029 jaarlijks ruim 9 miljard euro aan kinderopvangorganisaties en gastouderbureaus. Zij kunnen hierdoor rekenen op een stabiele financiering.
Daarnaast komen er duidelijke regels om te borgen dat de nieuwe financiering aan Europese staatssteunregels voldoet. En dat de vergoeding daadwerkelijk naar de kinderopvang gaat. Tegelijkertijd blijft er ruimte voor ondernemerschap, innovatie en investeringen in kwaliteit.
Het nieuwe stelsel moet ook voor de kinderopvangorganisaties, gastouderbureaus en gastouders uitvoerbaar blijven. Daarom bekijken we samen met de sector hoe we administratieve lasten zo laag mogelijk kunnen houden.
Waar staan we nu?
Eind 2025 is de internetconsultatie voor het wetsvoorstel afgerond. De opmerkingen worden op dit moment verwerkt. De wet wordt medio 2026 voorgelegd worden aan de Raad van State. Vervolgens gaat het voorstel naar de Tweede Kamer. Als de Tweede Kamer instemt, gaat het voor behandeling naar de Eerste Kamer. Als beide Kamers akkoord gaan, kan de nieuwe wet in werking treden. Het stelsel wordt op 1 januari 2029 ingevoerd.
Gedurende het hele traject werken het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en Dienst Toeslagen samen met onder meer kinderopvang- en gastouderorganisaties, oudervertegenwoordigers en gemeenten. Zo zorgen we dat het nieuwe stelsel goed werkt voor iedereen.
