Ze zijn bedoeld om recht te doen aan knellende situaties. Maar uitzonderingen op de hoofdregels maken het toeslagensysteem ook complex. Bij het Stella-team van Dienst Toeslagen zien medewerkers dagelijks hoe dit in de praktijk uitwerkt. Twee medewerkers vertellen over hun ervaringen.
Beeld: © Dienst Toeslagen
Mare en Petra
Zo af en toe krijgt Petra een schrijnende hulpvraag op haar bord die ze met alle wil van de wereld nog niet op kan lossen. Onlangs nog werd de coördinator van het Stella-team – toen nog als senior zaakbegeleider – gebeld door een jonge moeder. Haar partner was arbeidsongeschikt geraakt, en kon ook niet meer voor hun kind zorgen. Maar omdat hij niet meer kon werken en geen traject naar werk volgde, viel de kinderopvangtoeslag stil.
‘Die mevrouw had een hoog inkomen, waardoor ze niet in aanmerking kwamen voor bijzondere bijstand. En daardoor ook niet voor de vergoeding voor de kosten van kinderopvang via haar gemeente, de Sociaal Medische Indicatie. Moet ze dan maar stoppen met werken? Dat is ook niet wat we als samenleving willen, lijkt me.’
Huisuitzettingen voorkomen
Zoals deze zaak krijgen ze er wel meer bij Stella. Een team van Dienst Toeslagen dat wordt ingeroepen als een toeslagenprobleem niet in het reguliere proces op te lossen is. Denk aan burgers die een lopende aanvraag huurtoeslag hebben, maar ondertussen uit hun huis dreigen te worden gezet, omdat ze de huur niet kunnen betalen. Petra: ‘Dan kunnen wij bijvoorbeeld zorgen dat zo iemand eerder een beschikking ontvangt. Vaak is het al genoeg voor verhuurders om te weten dat het geld eraan komt.’
'Uitzonderingen maken maatwerk mogelijk'
Maar de combinatie van kinderopvangtoeslag en plotselinge arbeidsongeschiktheid is een stuk ingewikkelder. ‘We zien het helaas vaker’, zegt Mare, teamleider bij Stella. ‘Besef je dat deze mensen al met heel veel moeten dealen op dat moment, hun leven staat totaal op zijn kop. En wij kunnen niks doen om ze te helpen. We hebben nul ruimte.’
Het zijn vaak de uitzonderingen op de basisregels van het toeslagenstelsel die Stella ruimte geven, merkt Mare. ‘Ze maken maatwerk mogelijk.’
Meer fouten en terugvorderingen
De uitzonderingen hebben dus een functie in het stelsel. Tegelijkertijd liet de Stand van de uitvoering 2025 duidelijk zien dat al die extra regels en nuances het stelsel complexer maken. Dat ze de administratieve lasten vergroten en de begrijpelijkheid verminderen – wat tot meer fouten en terugvorderingen kan leiden. Om die reden wil het kabinet het samengesteld gezin-criterium vanaf 1 januari 2027 afschaffen.
Bij het Stella-team komen zulke signalen ook binnen. ‘We merken inderdaad dat er veel onduidelijkheid is over het toeslagenpartnerschap. Ouders zien hun kind bijvoorbeeld niet als medebewoner en snappen niet dat hun jaarinkomen, wanneer zij gaan werken, wordt meegeteld bij het totale jaarinkomen’, zegt Petra. ‘Daardoor kunnen mensen in de problemen komen. En we zien ook op andere onderdelen van het stelsel dat het te ingewikkeld is geworden, dat mensen niet meer begrijpen waar ze recht op hebben. Of dat burgers in vergelijkbare omstandigheden heel anders kunnen worden beoordeeld, bijvoorbeeld omdat gemeenten andere regelingen hebben. Dat zien we onder andere bij de Sociaal Medische Indicatie gebeuren.’
Klem in het systeem
De afschaffing van het samengesteld gezin-criterium is wat hun betreft dus een heel goed idee. Maar niet elke uitzondering is even gemakkelijk terug te draaien, niet alle regels zijn even goed te versimpelen, zonder dat er mensen klem komen te zitten in het systeem.
'We willen mensen kunnen helpen, zonder dat de regeling te ingewikkeld wordt'
Mare pleit daarom voor een veel generieker toeslagenstelsel. ‘Nu wordt er steeds aan knopjes gedraaid om specifieke doelgroepen te helpen. Als je daarmee stopt en het systeem generieker maakt, wordt het ook minder foutgevoelig. Het gevolg is dat er dan mensen binnen het stelsel vallen die nu geen recht op toeslagen hebben. Maar je zorgt er zo wél voor dat we mensen kunnen helpen, zonder dat de regeling te ingewikkeld wordt. Dit past bij het idee van één inkomenshuis, waarin het stelsel eenvoudiger en samenhangender wordt voor burgers.’
